Historie van de Hackney
De evolutie van de Hackney tot het prestatiepaard, de ballerina van de concoursvelden die we tegenwoordig kennen, is lang en fascinerend. Het woord Hackney komt van het Franse ‘haquenee’. Dit woord werd gebruikt om een rijpaard met een opvallend gemakkelijke draf te omschrijven. Door de jaren heen werd de term een synoniem voor een gebruikspaard, dat aangespannen en onder het zadel werd geroemd om zijn uithoudingsvermogen en hardheid en waarvan de draf de favoriete gang was. Deze paarden werden gebruikt voor het werk op de boerderij, om de boer naar de markt te brengen en als rijpaard tijdens de jacht.
Deze voorouders van de Hackney werden enorm gewaardeerd door de koningen van die tijd. Met name Henry VII, Henry VIII en Elisabeth I van Engeland stelden wetten op voor het fokken en de waarde van de Hackney. Gedurende deze periode werden Hackney’s ook gebruikt in het leger en werden ze ingezet bij de lichte cavalerie tijdens oorlogen en schermutselingen.
In het begin van de achttiende eeuw begonnen fokkers de inheemse Hackney te kruisen met het bloed van geïmporteerde Arabische volbloeds. De rasvertegenwoordigers werden daardoor luxer van type, maar verder had de toevoeging van Arabisch bloed weinig invloed op de raskenmerken van de originele Hackney.
Door de verbetering van de wegen nam de vraag naar paarden voor het aangespannen werk toe en begonnen de fokkers zich steeds meer te concentreren op het fokken van paarden die geschikt waren voor het aangespannen rijden. De Hackney werd in die tijd vooral geprezen vanwege het werklustige karakter en vlotte draf. Met het toenemen van de belangstelling voor aangespannen rijden nam de vraag naar een aansprekend paard, dat zijn hoofd hoog droeg en een hoge knieactie liet zien, aanzienlijk toe. De Regency periode, tussen 1810 en 1820, werd gekenmerkt door uitbundigheid en een mooi en flitsend bewegende Hackney was in die tijd een echt statussymbool.
Oprichting Engels stamboek
In de tweede helft van de achttiende eeuw kregen delen van Engeland bekendheid om hun eigen versie van de verbeterde trotter en de roem van onder andere de Norfolk Trotter, the Lincolnshire Trotter en de Yorkshire Roadster verspreidde zich. Een hengst die veel invloed had in die tijd is Original Shales, die in 1755 geboren werd. Deze hengst was via zijn grootvader, het fameuze renpaard Flying Childers, een rechtstreekse achterkleinzoon van de legendarische Arabische volboed Darley Arabian.
In 1878 werd in Norfolk in Downham Market een vergadering belegd, waarin door de aanwezige fokkers werd besloten dat er een register voor Engelse Trotters moest komen. Henry F. Euren, uitgever van de Norwich Mercury, nam die taak op zich en in 1883 werd het Hackney Stud Book Society opgericht. Het eerste stamboek Volume I werd kort daarna geproduceerd. Het laatst uitgegeven stamboek is Volume 54, dat in 2000 op de markt werd gebracht.
De Hackney bleef een belangrijke rol spelen. Een groot aantal werd geëxporteerd naar het continent en ook naar Noord-Amerika, waar ze gebruikt werden in fokkerijprogramma’s van verschillende rassen. Zo zijn er Hackney invloeden terug te vinden in onder andere de Holsteiner, het Nederlandse warmbloed paard, de American Saddle Breds en de Morgans. Hackney bloed bleek daarbij vaak dominant.
Hackney als showpaard
De belangrijkste periode in de evolutie van de Hackney vond plaats in de twintigste eeuw. In het begin van de eeuw werden grote aantallen Hackney’s geëxporteerd naar onder andere Amerika, Australië, Zuid Afrika en Argentinië en natuurlijk naar het vaste land van Europa. Hackney rubrieken, die tijdens grote paardenevenementen werden verreden, waren in die tijd enorm populair. Hackney’s speelden bovendien een belangrijke rol tijdens de Eerste Wereldoorlog als rijpaarden voor de cavalerie en als artillerie paarden. In de jaren tussen de beide wereldoorlogen was er een duidelijke groei van het aantal professioneel getrainde Hackney’s.
In de jaren voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog zag het er echter allemaal wat minder rooskleurig uit voor de Hackney. Het gemotoriseerde transportmiddel was in opkomst en daar al het beschikbare land werd gebruikt voor de oorlogsinspanningen, kwam het fokken van Hackney’s op een lager plan. Het is mede aan een aantal vasthoudende fokkers te danken dat de Hackney deze periode heeft weten te overleven. Daarnaast heeft waarschijnlijk ook het feit dat de benzine in deze periode niet vrij verkrijgbaar was, de Hackney voor totaal verdwijnen behoed.
Na de oorlog ging men zich toeleggen op het fokken van Hackney’s, zoals we die vandaag de dag nog steeds kennen. Deze spectaculaire Hackney met zijn uitstraling, atletische vermogen, elegantie, hardheid en doorzettingsvermogen is dus een product van een fokkerij van eeuwen.
Kleine maat
De kleine maat Hackney ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen Mr. Christopher Wyndham Wilson uit Westmoreland zich toelegde op het fokken van een Hackney pony. Hij wilde niet alleen een kleine maat Hackney fokken, maar ook een Hackney met de karaktereigenschappen van een pony. Hij gebruikte voornamelijk Fell pony merries voor dat doel en experimenteerde tevens met de kruising met Welsh pony’s. De door hem gekozen stamvader was een bruine hengst, die Sir George heette. De fraaie hengst had een maat van nog geen 1,40 m. en sprak aan in zijn type, presentatie en actie. Mr. Wilson geloofde in het behouden van de hardheid van de pony’s. De ‘Wilson Pony” was een succes en zijn werk kreeg navolging van een groot aantal fokkers.
De Tweede Wereldoorlog had hetzelfde effect op de kleine maat Hackney’s als op de grote maat. Ook zij werden daarna nog vooral voor het optreden in de showring gefokt, maar worden momenteel ook in verschillende andere disciplines van aangespannen rijden gebruikt.
Export naar Amerika
De Hackney werd in de loop der jaren naar een groot aantal landen geëxporteerd. Vooral in Noord-Amerika werd dit ras enorm populair. Ook in de Verenigde Staten gold de negentiende eeuw als de gouden eeuw van het aangespannen rijden. De eerste Hackney die door een Amerikaan geïmporteerd werd was de merrie 239 Stella, die door Mr. A.J. Casatt in 1878 naar Philadelphia werd gehaald. In 1891 richtten Mr. Casatt en een aantal andere liefhebbers van Hackney’s samen de American Hackney Horse Society op, een organisatie en register dat tot op de dag van vandaag bloeit. Van 1890 tot de crisisjaren haalden rijke Amerikanen bootladingen vol paarden en pony’s uit Engeland.
In de VS worden de Hackney’s tegenwoordig in verschillende types verdeeld. De Hackney Harness Pony is kleiner dan 1.24 m en wordt met losse lange manen en natuurlijke staartdracht gepresenteerd.
De Hackney Cob Tail meet tussen de 1.24 en 1.44 m. Zij worden geshowd met een kort geknipte staart en gevlochten manen.
De Hackney Roadster pony is de snelheidsduivel onder de Hackney’s. Zij worden gereden voor een tweewielige sulky, terwijl de rijder in racetenue gekleed gaat. De Roadster wordt geshowd in achtereenvolgens een jog-trot, een road-gait en dan op snelheid.
Alle Hackney’s mogen in de Pleasure Driving Division worden gestart. De manen en staart worden los gelaten en de Hackney wordt voor een voor deze rubriek geschikt wagentje gespannen. Het doel van deze rubriek is om een rustige, gemakkelijk en plezierig te rijden Hackney te presenteren.
Hackney’s in Nederland
Rond 1900 kwamen de eerste Hackney’s via Antwerpen naar Nederland. Het in bezit hebben van een Hackney gaf in die tijd de eigenaar een zekere status. Baron van Voorst tot Voorst uit Elden was één van de eerste en grootste Hackney eigenaren in ons land. Hij stelde onder andere de grote maat Hackey hengsten Hockwold Cadet en Gay Boy ter dekking, die niet alleen voor de Hackney fokkerij, maar ook voor de veredeling van het Nederlands warmbloed werden ingezet.
In de eerste helft van de twintigste eeuw werden ook al de eerste showrubrieken voor Hackney’s verreden. Bekende stallen uit die tijd waren onder andere Velstra, Rijks, Daniëls, Broekman en Finkers.
